Gezonde Energie Vlaanderen

Een windmolen komt nooit alleen

09/11/2014 - All

foto gallerij [Photo by DAVID ILIFF. License: CC-BY-SA 3.0]

Kerncentrales door windmolens vervangen, is een gigantische onderneming met een impact op de omgeving vergelijkbaar met de aanleg van een net van autosnelwegen. Het gaat hier immers niet over de occasionele windmolen in een landschap van groen, het gaat hier over grootschalige infrastructuurwerken die verder gaan dan de windmolens zelf. In het jargon maken termen zoals "energiecorridor" en "infrastructuurcorridor" al druk opgang. Politiek en technisch klinkt dat heel indrukwekkend; voor de mensen die erin belanden is het een ander verhaal.

Volgt u even mee. Om een centrale van 1 gigawatt, goed voor een 10% van ons verbruik [creg], te vervangen door on-shore windturbines heb je 1000 windmolens van 4 megawatt nodig, elk een toren van 170 tot 200 meter hoog. Het on-shore rendement van zo'n toren ligt, ruim gerekend, rond de 25%. Dit betekent dat een molen met een piekvermogen van 4 megawatt, gemiddeld 1 megawatt oplevert. Zo'n gans park van 1000 molens hoest er dan alles tussen de 0 en de 4 gigawatt uit met een jaargemiddelde van 1 gigawatt, zijnde dat van die ene centrale die we willen vervangen.

Een redelijke afstand tussen molens van zo'n formaat betreft minimaal 600 meter. Je hebt dus 600 kilometer nodig om ze te plaatsen. Zet je ze 4 rijen dik, langs elke kant van een autostrade twee rijen, dan neemt dit ruwweg een gebied van 150 kilometer lang en 2 kilometer breed in, ofte 300 vierkante kilometer. De ganse autostrade van Oostende tot voorbij Leuven vol met windmolens, vier rijen dik. Hier raak je al enige kern- en gascentrales in kwijt. Voor het gemak is trouwens aangenomen dat de windmolens tot vlak tegen huizen aan gezet worden.

Hebben we het daarmee gehad? Nog niet. Vergeet niet, voor het geval zo'n park zijn volle 4 gigawatt produceert (kleine kans, maar het gebeurt), dan moet die energie ook afgevoerd worden. Dit betekent een gans netwerk van midden en hoogspanningscabines en -netwerken langsheen de windmolens. Aangezien ook die op respectabele afstand moeten geplaatst worden, betekent dit extra ruimte. Theoretisch kunnen al die kabels onder de grond. De kost daarvan is echter 2 maal zo hoog als bovengrondse kabels. Aangezien dit over miljarden gaat, is bij begrotingsdiscussies de keuze meestal rap gemaakt.

Stopt het hier? Eigenlijk niet. De wind heeft de vervelende eigenschap om niet op commando te blazen. Dat betekent dat je de energie moet opslaan wanneer er een teveel is en dat je moet bijpassen wanneer er een tekort is. Ook dit moet aan de rekening worden toegevoegd. Dit is een verhaal voor een volgend artikel.

Werk je de technische logica van windmolens en energiecorridors consequent uit, dan brengt je dit automatisch tot uitgestrekte gebieden gedomineerd door molens, elektriciteitsnetwerken en installaties voor opslag en backup. Die ene centrale wordt uitgesmeerd langsheen een ganse autostrade en de leefgebieden erlangs. Dit heeft een gigantische impact op de mensen die er leven en werken, van de levenskwaliteit tot de waarde van hun huis en dus spaargeld.

De vernieuwing van ons energiepark is met stip het grootste industriƫle project in een generatie. We hopen ervan te mogen uitgaan dat onze ministers dit niet "stoemelings" plannen in te vullen naarmate de windmolens en de distributieproblemen zich aandienen. We gaan er dan ook van uit dat er al coherente plannen op tafel liggen. Het getuigt van respect voor de mensen die in deze zogenaamde energie- en infrastructuurcorridors terechtkomen om deze plannen voor toekomstige productie en distributie als geheel op tafel te leggen. We verdienen het als mensen behandeld te worden, niet als collateral damage van een energiepolitiek die de spanningen in het dichtbevolkte Vlaanderen enkel kan verhogen.